Op de werkvloer is grensoverschrijdend gedrag niet altijd meteen duidelijk. Het begint vaak klein zoals een grap met dubbele bodem, een opmerking die net te persoonlijk is, of iemand die steeds jouw ruimte opzoekt. Veel jongeren twijfelen dan of het “gewoon sfeer” is, of dat er echt een grens wordt overschreden. Uit onderzoek van 3Vraagt blijkt dat de helft van de jongeren met een bijbaan grensoverschrijdend gedrag meemaakt en dat dit relatief vaak in de horeca gebeurt.
Kim Heideveld (18) werkt in een ijssalon en vertelt hoe het bij haar niet begon met één opvallend incident, maar met een collega die bekenstond als de grappenmaker. “In het begin dacht ik dat hij vast niet verkeerd bedoelde,” zegt ze. “Alleen ging het steeds minder over het werk en steeds meer over mij.” Tijdens het afsluiten van de zaak, als er werd schoongemaakt, kwamen de opmerkingen. Hij zei bijvoorbeeld dat zij vaker voorin moest staan, omdat de omzet dan wel zou stijgen. Ook merkte hij op dat klanten langer bleven hangen als zij achter de balie stond. Het klonk alsof het een compliment was, maar Kim voelde dat het niet neutraal bleef. “Er zat een toon onder, alsof je een soort decor bent.”
Na een tijdje bleef het niet bij woorden. Achter de toonbank is het gangpad smal. Als Kim langs hem heen moest, maakte hij vaak geen ruimte. “Dan stond hij expres breed,” vertelt ze. “En dan zei hij dat ik er wel langs kon, terwijl dat eigenlijk niet kon zonder hem te raken.” Eén keer legde hij kort zijn hand in haar onderrug, zogenaamd om haar langs te laten. “Dat was niet nodig,” zegt Kim. “Het voelde alsof hij aan het testen was hoe ik zou reageren.”
Langzaam merkte Kim dat ze haar gedrag aanpaste. Ze liep om, vroeg collega’s om taken te ruilen en probeerde niet alleen met hem te staan.“Het was niet extreem hefitg, maar het maakte mijn werkdag wel kleiner. Je staat constant scherp.” Toch zei ze er in het begin niet van. “Je bent bang dat je te gevoelig overkomt. Of dat iemand zegt dat het maar een grap is.”
Pas toen een collega vroeg waarom Kim steeds wisselde van plek, vertelde ze wat er speelde. Die collega reageerde meteen begripvol en zei dat ze het ook had gezien. Dat gaf Kim het vertrouwen om er iets mee te doen. Na sluitingstijd sprak ze de collega aan. Ze bleef rustig en duidelijk. “Ik heb gezegd dat ik wilde dat hij stopte met opmerkingen over mij en dat hij me niet meer moest aanraken. Ik wil gewoon kunnen werken.” Eerst lachte hij het ongemakkelijk weg, maar Kim bleef serieus. “Toen werd hij stil.”
Sinds dat gesprek is het gedrag afgenomen. Voor Kim is het belangrijkste inzicht dat een grap te ver gaat wanneer jij je niet meer vrij voelt om je werk te doen, zeker als signalen worden genegeerd en het blijft terugkomen.