Twijfelgevallen

Als je het hebt over grensoverschrijdend gedrag, denken veel mensen meteen aan grote, duidelijke situaties. Dingen waarvan iedereen het erover eens is: dit kan echt niet. Maar in de praktijk zit het probleem vaak juist in de kleinere momenten. De twijfelgevallen. De situaties waarin je achteraf denkt: voelde dit nou raar, of stel ik me aan? Daar zit precies de moeilijkheid.

Makkelijker gezegd dan gedaan

Het aangeven van je eigen grenzen klinkt namelijk heel logisch. Gewoon zeggen wat je wel en niet prettig vindt. In theorie simpel. In de praktijk een stuk ingewikkelder. Want je hebt niet alleen te maken met je eigen gevoel, maar ook met hoe een ander daarop reageert. En misschien nog wel belangrijker: met hoe jij dénkt dat een ander gaat reageren.

Onbedoelde toestemming

Een simpel voorbeeld. Iemand maakt een opmerking die net over de grens gaat. Niet extreem, maar ook niet helemaal oké. Je kunt er iets van zeggen, maar je weet ook: dan wordt het ongemakkelijk. Dus je lacht het weg. Probleem opgelost, zou je denken. Alleen is het probleem daarmee niet weg. Het verschuift. Want door niets te zeggen, geef je eigenlijk een soort onbedoelde toestemming. Niet omdat je het echt goed vindt, maar omdat je geen gedoe wilt. En dat is begrijpelijk. Niemand zit te wachten op spanning of een vervelend gesprek.

Aardig willen zijn

 Ik merk bij mezelf dat ik daar ook gevoelig voor ben. Je wilt aardig gevonden worden. Niet “die persoon” zijn die overal iets van zegt. Dus houd je soms je mond, ook als iets niet goed voelt. Totdat je achteraf denkt: waarom eigenlijk? Er lijkt een soort ongeschreven regel te zijn dat je pas iets mag zeggen als iets écht te ver gaat. Alsof er een duidelijke lijn is die iedereen ziet. Maar die lijn is voor iedereen anders. Wat voor de één prima is, kan voor de ander ongemakkelijk zijn.

 Klein beginnen

En juist daarom is het belangrijk om je eigen grens serieus te nemen. Het aangeven van grenzen betekent niet dat je meteen boos of overdreven reageert. Het kan ook klein. Een opmerking terug, een stap achteruit, een “hé, dat vind ik niet zo chill”. Het hoeft niet groots om duidelijk te zijn. Sterker nog, hoe eerder je iets aangeeft, hoe kleiner de kans dat het escaleert.

Te laat

Als je te lang wacht, wordt de drempel alleen maar hoger. Dan wordt één opmerking ineens een patroon. En een patroon doorbreken is een stuk lastiger dan één moment corrigeren. Grenzen aangeven is dus niet alleen belangrijk voor jezelf, maar ook voor de ander. Je maakt duidelijk waar de lijn ligt, in plaats van dat iemand moet raden. Misschien voelt het soms ongemakkelijk. Maar niets zeggen heeft uiteindelijk vaak meer gevolgen. En dat is, als je erover nadenkt, misschien nog wel ongemakkelijker.